Er was eens..

In 1823 komt Marijn van den Biggelaar in het bezit van een huis en schuur in de Achterstraat in het Brabantse Rosendaal.

Het bewerken van koffie, thee en tabak is een bekende nijverheid in het Rosendaal van die tijd (tegenwoordig Roosendaal). Vooral de combinatie van deze producten wordt als vanzelfsprekend beschouwd. Eind 18e eeuw begon koffiedrinken bereikbaar te worden voor iedereen, terwijl het daarvoor nog een elitaire drank was. Dit had te maken met de prijs en beschikbaarheid. In het begin van de 19e eeuw begon Van den Biggelaar met het verkopen van ruwe koffie in haar winkel in de Raadhuisstraat te Roosendaal. In die tijd werd de koffie ongebrand verkocht. Op de kachel thuis met een kachelbrander werd de koffie dan gebrand en met de hand gemalen. 

De oprichter, Marijn van den Biggelaar geboren in 1756 komt door erfenis in het begin van de 19e eeuw in het bezit van een winkel van "gemaakte en ongemaakte goederen". In de winkel werden diverse goederen verkocht, naar verluid ook koffie en koloniale waren. In 1822 koopt Marijn van den Biggelaar een huis, een schuurtje met erf in de Achterstraat in Roosendaal. De akte hiervan is opgemaakt op 8 juni 1823 te Roosendaal. Deze datum wordt beschouwd als de datum van oprichting van Van den Biggelaar.

De zoon van Marijn, Petrus F. van den Biggelaar zet het bedrijf voort en trouwt in 1853 met Petronella Gerardina Dielemans. De familie Dielemans was in het bezit van een tabakskerfbank en door samenvoeging van de bedrijven ontstond Van den Biggelaar Koffie en Tabak. Koffie werd op dat moment nog niet geproduceerd maar alleen verkocht. De tabaksproductie vond plaats op de kerfbank uit 1765. 

P.F. van den Biggelaar brengt de groei in het bedrijf. Hij is een geboren zakenman die de mogelijkheden van die tijd optimaal weet te benutten. Hij gaat de dorpswinkeliers in de verre omtrek met paard en wagen af om zijn producten te verkopen of te ruilen tegen zuivelproducten. Zo koopt hij tonnetjes boter tegelijk op en garandeert daarmee de afzet van de boeren in de omgeving zolang zij maar zijn koffie en tabak afnemen. De boter verkoopt Van den Biggelaar aan de opkomende margarinefabrikanten.

In de tweede helft van de 19e eeuw dient de industriële revolutie zich met volle kracht aan. Petrus van den Biggelaar begrijpt dat dit andere eisen stelt aan zijn bedrijf. Begin 1870 dient hij een aanvraag in bij het gemeentebestuur van Roosendaal om een groot pand (werkplaats en pakhuis) te mogen neerzetten in de Kerkstraat in Roosendaal. Een perceel grond dat al sinds 1860 in zijn bezit is.

Op dat moment wordt het bedrijf nog aangeduid als tabakskerverij.

 

(Het beeldmerk van Van den Biggelaar :De Moriaan)

Lees verder>